Wilt u zelf eens een kijkje gaan nemen in Gambia en op bezoek bij de school of bij de ouders/kinderen? Laat het ons weten, wij helpen u graag met het plannen van uw reis. 

 

Het is wel van belang ruimschoots voor uw vertrek te informeren welke vaccinaties er nodig zijn. Via deze link kunt u zich hiervan op de hoogte stellen.

 

 

Algemene informatie over Gambia: 

Gambia telt (in 2014) 1.924.527 inwoners en staat daarmee op de vierde plaats van dichtstbevolkte landen van Afrika. De meeste Gambianen wonen in de kuststreek, waar ook de grote steden liggen.

Typerend is dat de officiële naam niet Gambia is, maar The Gambia. 

De meeste inwoners wonen in de hoofdstad Banjul en daarmee is Banjul een van de kleinste hoofdsteden van Afrika. Omdat het op een eiland ligt kan Banjul eigenlijk niet veel groter worden. De trek naar de steden is groot; in 2011 woonde 59% van de bevolking in steden. Het geboortecijfer ligt erg hoog. De zuigelingensterfte is ook hoog; 66 van de 1000 kinderen sterft in het eerste levensjaar.


De bevolkingsopbouw van Gambia is volstrekt niet te vergelijken met de West-Europese; kinderen en jongeren tot en met 14 jaar maken 39% van de bevolking uit. De gemiddelde levensverwachting is 64,4 jaar (vrouwen 66,7 mannen 62 jaar). (2014)

 

Engels is de officiële taal in Gambia, met name bij de overheid, het onderwijs, de rechtspraak en natuurlijk in de toeristencentra. Ruim de helft van de Gambianen spreekt naast de eigen stamtaal ook het Engels. Ook in de binnenlanden kan men over het algemeen goed met Engels terecht. 

 

De bevolking:

De bevolking van Gambia is afkomstig van vele volkeren, ieder met hun eigen cultuur en taal. Er leven in Gambia ongeveer 15 verschillende stammen die ca. 30 verschillende talen spreken.

 

De belangrijkste stammen zijn:

- De Mandinka:

Dit is de grootste bevolkingsgroep, ongeveer 42% van de bevolking.
- De Fula:

Zij leiden een zwervend bestaan. Ze hebben een opvallend lichte huidskleur, zodat hun oorsprong zeer waarschijnlijk niet in Afrika ligt, maar dat ze afstammen van de Arabieren. Er worden binnen de Fula-stam negen sterk verschillende dialecten gesproken. Achttien procent van de Gambiaanse bevolking behoort tot de Fula.
- De Wolof:

Zij hebben altijd in Afrika geleefd en kwamen uit het gebied van de Sahara. Het waren handelaren zodat het Wolof als taal altijd een belangrijke plaats heeft ingenomen. De meeste Wolof wonen op dit moment in Gambia en Senegal. Zestien procent van de Gambianen behoort tot de Wolof-stam.

  

Het klimaat:

Gambia heeft een subtropisch klimaat met een droog en een nat seizoen. Het droge seizoen duurt van ongeveer half oktober tot ongeveer half juni. Het komt vaak voor dat er dan in deze periode echt geen druppel regen valt. Maart tot en met mei zijn de zonnigste maanden, met gemiddeld 10 uur zon per dag. De noordoostelijke wind (Harmattan) waait in die maanden vanuit de Sahara en kan in plaats van regen ook wel eens zand brengen. De temperatuur kan aan het einde van de droge tijd tot tegen de 40°C oplopen. Door de warmte ontstaan er regelmatig windhozen die Tonkolong genoemd worden. De luchtvochtigheid kan in de droge periode wel dalen tot 25%. De natte periode duurt van ongeveer half juni tot half oktober. Juli, augustus en september zijn de natste maanden in Gambia. De helft van alle regen valt in augustus. De regen valt meestal in buien, ’s nachts en ’s morgens. Het regent echter in de natte periode lang niet altijd, gemiddeld op zo’n twaalf dagen per maand. De hoogste luchtvochtigheid, tot wel 95%, wordt in augustus gemeten. De watertemperatuur van de Atlantische Oceaan varieert van 20 tot 27°C.

 

De economie:

De economie van Gambia behoort tot de zwakste in de wereld. De economie van Gambia is voornamelijk een agrarische. Belangrijkste exportproducten vormen pinda’s en pindaproducten als pindaolie en veevoer. Hierdoor is Gambia sterk afhankelijk van de pindaprijzen op de wereldmarkt en daardoor heeft de economie een wankele basis. 

 

Er worden verder nog kleine hoeveelheden specerijen, papaja’s, mango’s, katoen, gierst, bananen en palmboomproducten geëxporteerd. De meeste landbouwproducten zoals granen worden echter voor binnenlands gebruik geteeld. Andere belangrijke exportproducten zijn vis en visproducten, met name gedroogde vis, die voor het grootste gedeelte naar landen in de regio gaan.


Veel goederen en producten worden geïmporteerd, met name voedings- en genotmiddelen. Verder o.a. machines, oliën en vetten, chemische producten en textiel. 

 

De industrie stelt nog niet veel voor in Gambia. Er is wat verwerkende industrie van landbouwproducten en er zijn wat emballagefabrieken.

 

Voor de zeevaart is alleen de haven Banjul aan de monding van de Gambia-rivier van belang; de rivier is vooral belangrijk voor de binnenvaart. Er lopen twee routes van west naar oost door Gambia. Een ervan loopt ten noorden van de Gambia-rivier en is onverhard. De andere route loopt ten zuiden van de Gambia-rivier en is verhard. De enige luchthaven van betekenis is Yundum, vlakbij Banjul.


Armoede:

In Gambia leeft 48,4% van de bevolking onder de armoedegrens wat betekent dat ze niet in staat zijn om in hun eerste levensbehoeften te voorzien.

 

Onderwijs:

Er bestaat geen leerplicht in Gambia, en het geeft ook niet wanneer kinderen voor het eerst naar school gaan. Meestal op vijf- of zesjarige leeftijd. Een vervolgopleiding wordt maar door 25% van de kinderen op het platteland gevolgd. Het is verplicht om een schooluniform te dragen, waarvan de kosten betaald moeten worden door de ouders.
Het middelbaar onderwijs valt uiteen in drie jaar “junior secondary school”. Daarna kan men dan nog verder op de “senior secondary school”.


De hogere opleidingen duren gemiddeld vijf jaar. Hogere betekent in het geval van Gambia administratieve opleidingen en middelbaar technisch onderwijs. 


Hoewel het aantal scholen snel groeit, is er nog een chronisch tekort.